Column: De wonderen zijn Drijber nog niet uit

En dan hebben we het over indrukwekkende, rationeel onverklaarbare gebeurtenissen en niet over de religieuze variant.




“Het moet haast een wonder zijn als we die ooit nog een keer weer zien.”
Met die gedachte heeft de boer (of de werkploeg van de ruilverkaveling eind jaren zestig) het gat gegraven. Groot en diep genoeg om de drie eiken onder de bouwvoor te begraven. Maar wonderen geschieden op de meest onverwachte momenten, wat overigens weer geen wonder is. Ook niet wanneer er een sleuf wordt gegraven voor een kabel waar 33.000 Volt op komt te staan. Ik ben er zelf niet bij geweest en weet dus niet of de machinist geschokt was toen hij al gravend de drie bomen in het land van Visscher los trok. Wel ga ik er vanuit dat dit wonderlijke weerzien ontheiligd is door een schaterlach of een vloek.
Het tweede wonder is de machinist zelf. Of beter gezegd: De allerlei talen sprekende graafploeg. Vanuit Den Haag naar Drenthe gereden om een klus te klaren. Terwijl mijn schoonzoon en kleinzonen uit Drenthe met hun soortgelijke graafmachines werken op Schiphol en vliegbasis Leeuwarden en er in Drijber ook van die apparaten rondrijden.
Wonderbaarlijk zoals we in Nederland het werk verdelen (of scheppen zoals u wilt).
Het derde wonder heeft met een vooruitziende blik te maken. Die ik pas begreep toen vorige week het journaal ons trakteerde op een filmpje van een rokende bovenleiding in Flevoland. Mocht Poetin deze winter de gaskraan dichtdraaien, dan zullen we blij zijn met een plekje op het land van Jan, Herman en Albert. Even wat knoeiwerk in een transformatorhuisje en we hebben kilometers vloerverwarming.
Ik vrees overigens dat deze column ook rationeel onverklaarbaar is en dus het vierde wonder.

Bruun







Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.